Jachthondenproeven

De meest toegankelijke trainingen en de daarbij behorende proeven zijn op het gebied van apporteerwerk, de Jachthondenproeven. Deze proeven zijn daarom ook uitgebreider voor u op papier gezet, zodat u een beeld krijgt wat er van u en uw Fox verwacht wordt en u ook thuis een beetje kunt oefenen.

Een korte samenvatting van de bouwproeven wordt ook behandeld, maar de trainingen voor deze proeven vragen een speciale aanpak en kennis en worden (helaas) maar weinig gegeven. Daarnaast worden de bouwproeven zelf nog maar zelden georganiseerd.

Ook het zweetwerk wordt beknopt toegelicht, omdat ook dit een specialistische training vergt en bijna niet thuis kan worden geoefend. 

PHOTO-2022-04-01-19-02-12[2].jpg

Bouwproef vos

Het doel van deze bouwproef is het vaststellen van de mate van geschiktheid van de deelnemende honden voor het werk op de vossenbouw.

De proef wordt afgelegd in enigszins overzichtelijke en met natuurlijke vossenbouwen bezette bospercelen, kaalslagen of dekkingen; de te gebruiken bouwen moeten bij voorkeur drie, doch tenminste twee in- of uitgangen hebben. De proef mag niet worden afgelegd in kunstmatig aangelegde bouwen; het uitzetten van vossen, zelfs in natuurlijke bouwen, is wettelijk niet toegestaan.

 

De werkwijze

De hond moet los, zonder halsband, lijn of welk ander hulpmiddel dan ook, worden voorgejaagd. De hond moet de bouw zelfstandig, vlot aannemen. De hond moet op de bouw vlot, ijverig en met volharding werken. Als er een vos op de bouw blijkt te zitten, mag de hond niet onverrichterzake terugkeren, tenzij hij fel contact met de vos heeft gehad; angst voor bouw of vos leidt tot uitsluiting.

Indien de hond een vos vindt, moet hij deze luidgevend (blaffend) attaqueren en doen springen, stellen of bemachtigen.
Indien een hond een vos heeft doen springen moet hij, tenzij er meer vossen op de bouw blijken te zitten, vlot achter de vos uit de bouw komen. Indien een hond een vos stelt moet hij deze door voortdurend en effectief attaqueren op zijn plaats houden, waarbij hij aanhoudend luid moet zijn.

Indien de hond een vos bemachtigt moet hij deze zo mogelijk buiten de bouw brengen.
Honden, die geen wild vinden, moeten uit eigen beweging of op commando van de voorjager uit de bouw terugkeren.

De beoordeling

Deze proef wordt gekeurd op onderdelen.

De onderdelen zijn:

  • Springen/stellen

  • Werklust

  • Luidgeven

PHOTO-2022-04-01-19-02-12[8].jpg

Jachthond, jachttraining en jachthondengroep

Door heel Nederland worden jachttrainingen gegeven. Deze zijn meestal gericht op het apporteerwerk (het werk na het schot), maar er zijn ook verenigingen die zich meer richten op het zweetwerk (speuren naar aangeschoten of aangereden wild) en/of het aardhondenwerk (ondergronds). Informeer naar de mogelijkheden bij jou in de buurt welke training het meest geschikt is voor jou en je Foxterrier!

Om de eigenschappen en kwaliteiten van de verschillende soorten jachthonden (voorstaande honden, retrievers, spaniëls, dashonden (teckels), maar ook de terriërs) te beoordelen/testen, zijn er de zogenaamde Jachthondenproeven in het leven geroepen.

De (Fox)terrier kan aan de volgende jachthondenproeven meedoen:

a. Jachthondenproeven

b. Bouwproeven
c. Zweetspoorproeven

Wil je meer informatie over de officiële jachtproeven, dan kan je contact opnemen met onze jachtcommissie via jacht@nederlandsefoxterrierclub.nl 

PHOTO-2022-04-01-19-02-13[5].jpg

Bouwproef konijn

Het doel van deze bouwproef is het vaststellen van de mate van geschiktheid van de deelnemende honden voor het werk op de konijnenbouw.

De proef wordt afgelegd in enigszins overzichtelijke en met natuurlijke konijnenbouwen bezette bospercelen, kaalslagen of dekkingen; de te gebruiken bouwen moeten bij voorkeur drie doch tenminste twee in- of uitgangen hebben. De proef mag niet worden afgelegd in kunstmatig aangelegde bouwen; het uitzetten van konijnen, zelfs in natuurlijke bouwen, is wettelijk niet toegestaan.

 

De werkwijze

De hond moet los, zonder halsband, lijn of welk ander hulpmiddel dan ook, worden voorgejaagd. De hond moet de bouw zelfstandig, vlot aannemen.

De hond moet op de bouw vlot, ijverig en met volharding werken; angst voor bouw of konijn leidt tot uitsluiting.
Indien de hond een konijn vindt moet hij dit luidgevend (blaffend) doen springen of bemachtigen.

Indien een hond een konijn heeft doen springen moet hij, tenzij er meer konijnen op de bouw blijken te zitten, vlot achter het konijn uit de bouw komen.

Indien de hond een konijn bemachtigt moet hij dit vlot en niet onnodig beschadigd buiten de bouw brengen.

Honden, die geen wild vinden, moeten uit eigen beweging of op commando van de voorjager uit de bouw terugkeren.
 

De beoordeling

Deze proef wordt gekeurd op onderdelen. De onderdelen zijn:

  1. Springen

  2. Werklust

  3. Luidgeven

PHOTO-2022-04-01-19-02-13[5].jpg
PHOTO-2022-04-01-19-02-14.jpg

Uitsleepproef

Het doel van deze bouwproef is het vaststellen van de mate van geschiktheid van de deelnemende honden voor het naspeuren en uit de bouw halen van aangeschoten konijnen, die kans hebben gezien onder te lopen.

Inrichting van de proef

Algemeen
Vanaf een "aanschotplaats" wordt met een vers konijn een sleepspoor getrokken naar een natuurlijke konijnenbouw; met behulp van een stok wordt het konijn, waarmee de sleep is getrokken, ongeveer één meter diep in de bouw gelegd.

Het terrein
De sleepsporen worden getrokken in enigszins overzichtelijk terrein.

De bouw
Voor elke deelnemer dient een verse bouw te worden gebruikt. De te gebruiken bouw moet een natuurlijke konijnenbouw zijn, die bij voorkeur drie doch tenminste twee in- of uitgangen heeft.

De lengte van het spoor

De lengte van elk spoor is ongeveer 250 meter.

De vorm van het spoor
Het spoor dient bij voorkeur licht gebogen te zijn en dient enigszins slingerend te verlopen. In het spoor moet één rechthoekige haak voorkomen.

Het markeren van het spoor

De aanschotplaats wordt gemarkeerd met buikhaar van een konijn.

De ouderdom van het spoor

Het spoor wordt onmiddellijk voorafgaande aan de loop getrokken.

De werkwijze

De hond moet worden voorgejaagd aan een tenminste zes meter lange, geheel afgedokte zweetriem.

De keurmeesters wijzen de voorjager de aanschotplaats; van daaruit moet de combinatie voorjager - hond geheel zelfstandig werken.

De keurmeesters volgen de combinatie voorjager - hond op een redelijke afstand, zodanig dat zij het werk goed kunnen beoordelen en dit tegelijkertijd zo min mogelijk beïnvloeden. Zij blijven volgen óók indien de hond het spoor niet meer volgt.

Na ongeveer 200 meter wordt het werk aan de riem afgebroken en wordt de hond, op aanwijzing van de keurmeesters geslipt; daarna moet de hond het spoor zelfstandig en bij voorkeur zonder enige ondersteuning door de voorjager, uitwerken tot aan de bouw.

De voorjager moet op de plaats waar hij de hond heeft geslipt achterblijven.

Bij de bouw aangekomen moet de hond deze zelfstandig, bij voorkeur zonder enige ondersteuning door de voorjager, vlot aannemen. De hond moet op de bouw ferm en met volharding werken; angst voor bouw of konijn leidt tot uitsluiting.

De hond het konijn onbeschadigd buiten de bouw hebben gebracht. Honden, die het konijn niet buiten de bouw hebben gebracht en honden, die het konijn hebben beschadigd, worden uitgesloten.

De beoordeling

Deze proef wordt gekeurd op onderdelen.

De onderdelen zijn:

  • Zoeken aan de riem

  • Vrij zoeken

  • Werken op de bouw

  • Gedrag van het wild

Zweetspoorproeven

Zweetwerk (ook natuurnazoek genoemd) is het speurwerk van een (jacht)hond met voorjager naar aangereden of aangeschoten grof wild. Het in ons land levend grof wild zijn het edelhert, damhert, ree, wild zwijn en moeflon. In Nederland verongelukken regelmatig grote hoefdieren. Ondanks de vele maatregelen, zoals afrasteringen en oversteekplaatsen, gebeurt het toch dat deze dieren worden aangereden. Niet alle dieren zijn na een aanrijding direct dood. Het gewonde dier zal dan de dekking in vluchten. Als hier niets aan wordt gedaan zal het gewonde dier zich in die begroeiing schuil houden en een langzame dood sterven. Dit kan ook gebeuren als een dier geschoten is maar niet dodelijk geraakt. Jagers die verantwoordelijk zijn voor het beheer van het wild kunnen door allerlei oorzaken ‘mis’ schieten. Het is daarom van groot belang voor het dierenwelzijn dat zowel aangeschoten als aangereden dieren gevonden worden en zo snel mogelijk uit hun lijden worden verlost.

Waarom zweetwerktraining?

Er zijn verschillende redenen om zweetwerktraining met je hond te gaan doen:

  • om de hond te trainen voor een natuurnazoek;

  • om te beantwoorden aan de passie van de hond;

  • om gewoon lekker met je hond aan het werk te zijn;

  • om de relatie met je hond te verbeteren.

 

Voorjager en zweethond aan het werk

Om het gewonde dier te vinden gaan vervolgens een zweethond met voorjager aan het werk. De hond is getraind om het spoor van een gewond dier na te zoeken en kan zowel op het verloren zweet (lees: bloed) werken als op de geur van hoefafdrukken.

De zweethond krijgt een speciale brede halsband of tuig om met daaraan een lange lijn van ca 10 meter. De zweethond wordt op het wondbed gezet en afhankelijk van de ervaring van de hond zal deze direct het zweetspoor oppakken en dit gaan volgen. Aan een lange lijn volgt de hond het spoor en controleert de voorjager het werk van de hond aan de hand van het ‘lezen’ van zijn hond en de verwijzingen (b.v. bloed of pootafdruk) op het spoor.

 

Teamwerk

Hond en voorjager zijn een team dat de nazoek verricht. Het is niet alleen de hond die het spoor volgt. Immers, zodra de hond bijvoorbeeld van richting verandert zal de voorjager moeten checken of hij inderdaad een verwijzing ziet waaruit hij kan opmaken dat het spoor van richting is veranderd. Het kan nog wel eens gebeuren dat dwars over het spoor ander wild gelopen heeft en de hond dat spoor oppakt.

C743EB84-66DD-46B8-ABA4-1C4E168BBD46.jpeg